Mis jij het zingen in de kerk? Mist u het zingen tijdens de eredienst? Herkennen we ons in het eerste vers van Psalm 84: ‘Hoe liefelijk, hoe vol heilgenot (…) zijn mij Uw huis- en tempelzangen?’

Zolang er nog geen duidelijke informatie is over de risico’s van zingen tijdens de kerkdiensten, heeft de kerkenraad besloten dit (nog) niet te doen. U hebt het waarschijnlijk wel gehoord: ‘Thuis met mond en hart…. In de kerk alleen met het hart.’

We beseffen dat het niet altijd makkelijk is om thuis alleen of met het hele gezin mee te zingen, vooral als de geluidskwaliteit matig is.

Voor de organisten was en is het ook niet eenvoudig. Om een paar vragen te noemen: Hoe moet je gemeenteleden die thuis meezingen begeleiden? Welke registratie kies je? Welk volume? Welk tempo? Welke toonhoogte?

De afgelopen tijd hebben de organisten verschillende vormen van begeleiding toegepast. Steeds met de bedoeling het thuis meezingen te stimuleren. Tussentijds hebben ze onderling contact gehouden, waarbij ook enkele kerkenraadsleden ‘over de schouder hebben meegekeken’.

Dat heeft geleid tot de volgende afspraken voor het begeleiden van de gemeentezang in de huiskamers:

Er zal niet te hoog worden ingezet. Dat maakt het meezingen gemakkelijker.

Het zal in de meeste gezinnen zo zijn, dat er thuis sneller wordt gezongen dan in de kerk. Daarom houden de organisten in deze periode een hoger tempo aan.

Het blijkt voor de ‘thuiszangers/-zangeressen’ soms lastig te zijn ‘wijs te houden’. Daarom zullen de organisten er aandacht aan besteden dat de melodie duidelijk hoorbaar blijft.

En als het soms toch iets anders gaat dan we gewend zijn: Laten we hopen (en bidden!) dat deze situatie tijdelijk is. Dan mag onze verzuchting zijn: ‘Hoe branden mijn genegenheên om ’s HEEREN voorhof in te treên; mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen…’

Namens de organisten: J.H. Haase

Namens de kerkenraad: A. Burghout en B.J. Regterschot